Stof

Vandaag maakte ik een vergelijking voor beelddenkers zoals ik om uit te drukken hoe ik mijn ervaringen beleef. Ik realiseerde me waarom ik al zo lang moeite doe om vooruit te komen en me dat voor mijn gevoel nog steeds niet snel genoeg lukt.

Het voelt als een stap neerzetten in een dikke laag stof. Mijn stap is het vooruit gaan. Het stof is alles wat ik -bewust en onbewust- van me af heb laten vallen. Oude resten (herinneringen, emoties en ervaringen) die mij niet meer dienen.

Zodra ik een stap vooruit doe, dwarrelt het stof op. De laag is zo dik dat er heel wat op stuift. Zoveel zelfs dat het mijn zicht belemmert en ik moet wachten tot het stof is neer gedaald om een volgende stap te zetten. Of tenminste te zien in welke richting ik mijn stap kan zetten.

Dat is precies wat er momenteel opgerakeld wordt: het stof, de oude rommel, waar velen met mij zich dagelijks doorheen proberen te worstelen. Iets waarvan je dacht dat je het allang achter je gelaten had, komt nu ineens weer boven. Oude verloren gewaande herinneringen komen naar boven bij de triggers in de vorm van woorden en situaties.

Het is vooral nu belangrijk om te zien wat er boven komt dwarrelen. De woorden of de situatie doet er niet toe. Het zijn de herinneringen die er toe doen. Ze maken deel uit van mij. Ze laten me zien waarom ik reageer zoals ik reageer. Ooit heb ik iets ervaren wat in mijn geheugen is genesteld, soms te pijnlijk om actief te herinneren en daarom zorgvuldig weg gepropt in mijn onbewuste.

Het is nu de tijd om te kijken naar wat er boven komt, omdat het iets over mezelf zegt. Over de manier waarop ik de wereld in kijk en hoe ik reageer op anderen. Anderen zijn slechts de boodschapper. Ik ben de ontvanger van de boodschap. Aan mij om de boodschapper er op af te rekenen, of om te kijken wat ik met die herinnering doe. Ik heb besloten om al dat 'mooie' stof in te lijsten, er naar te kijken en het te danken voor de ervaringen. Dan kijk ik naar hoe die ervaringen mijn beeld van de wereld (mijn werkelijkheid) heeft gevormd en ben ik in staat dat beeld aan te passen naar het nu.

Concreet: een ervaring/herinnering van in de steek gelaten te worden, destijds als kind, komt plots boven drijven bij het niet meegevraagd worden met vrienden. De situatie is de trigger. Het verschil tussen toen en nu is, dat de vrienden die me niet meevragen, niet mijn ouders van toen zijn waar ik me door in de steek gelaten voelde. Wanneer ik die twee ervaringen van elkaar gescheiden kan zien, hoef ik niet meer te reageren op mijn vrienden zoals ik destijds had willen doen (of gedaan heb) als kind zijnde. Dat ik vergeten ben om meegevraagd te worden, is waarschijnlijk niet eens persoonlijk bedoeld. Pas wanneer ik mijn oude emotie (het stof) uit mijn ogen wrijf, kan ik de realiteit in het nu waarnemen. Dan kan ik zonder emoties vanuit oude pijn gewoon zeggen dat ik het leuk zou vinden om mee te gaan. Als ik dan alsnog een afwijzing krijg, ben ik beter in staat naar de reden daarvan te luisteren, dan vanuit mijn gevoel van het gekwetste kind dat volkomen hulpeloos en afhankelijk moest afwachten.

Ik ben me er van bewust dat al het stof wat de komende tijd nog opwaait, me af en toe uit mijn lood zal slaan. Nu ik een begin heb gemaakt met het herkennen van het stof, vertrouw ik er op dat ik me de komende tijd beter kan oriënteren op de volgende stappen. Zonder dat die dikke laag stof mijn zicht opnieuw vertroebelt, op een manier dat ik het stof achter me kan laten.

Lilian 15 maart 2017